Alinea 1

  • Wie heeft er al eens samen met andere kinderen of grote mensen iets moois gedaan? Iets waarvan je vindt dat het de wereld een beetje ‘leuker, eerlijker of schoner’ maakte? Kun je ook vertellen wat dat was?
Opdracht:
  • Geef de kinderen 2 minuten de tijd om na te denken over wat zij zelf dit schooljaar kunnen doen om de wereld een beetje ‘leuker, eerlijker of schoner’ te maken
  • Bespreek een aantal ideeën met elkaar
  • Vraag aan de kinderen of ze denken dat ze dit alleen kunnen. Zou het makkelijker en leuker kunnen worden om het met meerdere mensen samen te doen? 

Vrienden die met elkaar iets positiefs doen.

Alinea 2

  • Wat is klimaatverandering? Kan iemand dat uitleggen?
  • Hebben jullie wel eens extreem weer meegemaakt? Wat gebeurde er toen?
  • Wat is de relatie tussen klimaatverandering en energie?
  • Wat kan helpen om te zorgen dat de temperatuur op aarde niet verder stijgt?
  • Bomen zorgen ervoor dat CO2 uit de lucht wordt opgenomen en de wortels van alle planten, vooral bomen, houden de aarde vast waardoor die niet gaat schuiven. Modderstromen ontstaan bijvoorbeeld vaak op plekken waar veel bomen zijn gekapt. Hebben jullie wel eens last gehad van veel regen op school? Bijvoorbeeld een lekkage of overstroming? Staan er planten en bomen op het schoolplein? Hoe is jullie tuin thuis ingericht? Liggen er stenen of zijn er ook struiken en planten?

Doordat de temperatuur op aarde warmer wordt, krijgen we te maken met extremer weer zoals zware hoosbuien, hitteperiodes en ook tornado’s.

Alinea 3-7

We zijn allemaal gelijk en we horen er allemaal bij. Dat is een van de punten van de Kinder Global Goal Gezond&Happy. Gepest worden is niet fijn, voor niemand. Iemand die pest, die kwetst. En iemand die gepest wordt, voelt zich onveilig waardoor het moeilijk is om zichzelf te kunnen zijn. Ondanks dat niemand wil dat er wordt gepest op scholen en buiten schooltijd, gebeurt het wel. Het gebeurt ook veel. Dat is toch raar, want niemand wordt er blij van! Ook een pester voelt zich namelijk vaak rot nadat het is gebeurd.

Opdracht:

  • Neem allemaal 2 minuten de tijd om na te denken over pesten op school: Mag elk kind zijn wie hij is? Kan elk kind zich veilig voelen? Als je iemand bedenkt waar dat niet het geval voor is, weet je dan wat de reden kan zijn? Is dat misschien op te lossen met elkaar en hoe zou je dat kunnen doen?
  • Kinderen hoeven niks te zeggen na deze oefening, maar het mag natuurlijk wel.

Een onveilige situatie: meerdere jongens tegens één. Sem is stoer en komt op voor Jonathan. Hij krijgt ook hulp van Gerben.

Alinea 8

  • Hebben jullie op school wel eens een actie gedaan om geld in te zamelen voor een goed doel? Wat hebben jullie toen gedaan en waarvoor was het geld bedoeld? Heb je gezien of gehoord wat er precies met het geld is gebeurd?
  • Is er iets op school dat heel veel kinderen graag willen? Heb je een idee hoeveel geld daarvoor nodig is? Zou een actie misschien kunnen helpen om het geld bij elkaar te krijgen? Wat voor actie kan dat zijn?
  • Geld kun je uitgeven of sparen (of investeren en beleggen natuurlijk, maar dat zal voor veel kinderen moeilijk zijn). Als je er dingen voor koopt, kun je dat bewust doen. Door bijvoorbeeld te letten op hoe iets is gemaakt of waar iets vandaan komt. Weet je wat een keurmerk is? Kun je een keurmerk noemen? Weet je ook wat het betekent? Wie koopt er thuis wel eens producten met een keurmerk? Heb je een voorbeeld?

Actie om geld in te zamelen voor een goed doel.

Alinea 9-10

Van talenten wordt de wereld mooier, maar alleen als die talenten er mogen zijn. Elk kind heeft een talent, maar soms springen er kinderen uit die (heel) veel talent hebben. Dan wordt wel eens vergeten dat echt elk kind iets moois of bijzonders kan.

Opdracht:

  • Maak een ‘klassentalentenweb’ op het bord. Zet in het midden de naam van de klas of groepsaanduiding.
  • Vraag aan kinderen om iets moois te noemen van een klasgenoot, maar zonder de naam van het kind te noemen waar het talent op van toepassing is.
  • Probeer net zoveel mooie competenties/talenten op te schrijven als dat er kinderen in de groep zitten. Het resultaat zal een mooie beschouwing zijn van de talenten van de klas. Iets om heel trots op te zijn, met elkaar.
  • Maak een foto van het klassentalentenweb en stuur die na afloop naar de school. Misschien vindt de leerkracht het geschikt om te delen met de ouders van de kinderen.

Elk kind heeft talent. Het ene kind kan goed leren, het andere kind goed sporten, weer een ander maakt mooi muziek of tekent prachtig. Maar soms zijn er kinderen met (heel) veel talent en dat kan wel eens tot jaloezie leiden.

Alinea 11

  • Kun je een aantal oorzaken noemen van zwerfafval?
  • Welk soort afval zie je op straat, in het bos en in het water liggen?
  • Soms worden er nog ballonnen wedstrijden gehouden. Gelukkig zijn dat er steeds minder in Nederland. Wat gebeurt er met ballonnen die je loslaat?
  • In zwerfafval worden vaak heel veel waardevolle grondstoffen gevonden, bijvoorbeeld drinkpakjes, plastic verpakkingen en metalen blikjes. Daar kunnen weer nieuwe grondstoffen van worden gemaakt. Zonde om zomaar weg te gooien dus! Denk je dat het kan helpen als er statiegeld op verpakkingen zou komen? Moet dat dan veel zijn of juist weinig?
  • Heb je misschien nog een goed idee om te zorgen dat er minder afval in de natuur komt?

Actiegroep die zich richt op het opruimen van zwerfafval.

Alinea 12-13

In Nederland wordt heel veel voedsel weggegooid, wel 40 kilo per persoon per jaar! Met elkaar verspillen we zo’n 700 miljoen kilo goed voedsel. De Voedselbank zorgt ervoor dat een deel daarvan niet meer wordt weggegooid, maar terecht komt bij mensen die niet voldoende geld hebben om eten te kopen.

  • Als je eten weggooit, wat kun je er dan nog mee doen?
  • Waarom is de Voedselbank er denk je?
  • Wat vind je van het idee van de Voedselbank: zorgen dat er minder afval wordt weggegooid en mensen helpen die weinig geld hebben.
  • Kun je ook iets bedenken wat je niet zo goed vindt aan de Voedselbank?

De Voedselbank zorgt voor minder verspilling van voedsel.

Alinea 14

De pester heeft ingezien dat hij niet goed bezig is geweest en heeft de moed om zijn excuses te maken. En niet alleen dat, hij zal het waarschijnlijk ook niet nog een keer doen. De kinderen die met de pester meededen, zorgen er nu voor dat de pester zijn excuses aanbiedt aan Jonathan.

  • Wie heeft wel eens iets gedaan wat misschien niet zo verstandig was, waar je van tevoren misschien niet zo heel goed over had nagedacht en wat vervelende gevolgen had? Durfde je daarna je excuses te maken? Hoe heb je dat gedaan? Wat heb je ervan geleerd?

Hoe ouder je wordt, hoe meer je leert en hoe meer je weet. En als je meer weet, kun je ook beter nadenken over dingen. Toch gebeurt het dat jonge mensen regelmatig domme dingen doen: ze gooien stenen van een viaduct op een snelweg, ze leggen voorwerpen op de spoorrails of ze steken nog even snel het spoor over terwijl de lichten rood zijn en de slagbomen dicht gaan, ze gaan roken terwijl ze weten dat het ongezond is, ze drinken teveel of ze gaan bijvoorbeeld drugs gebruiken.

  • Hoe komt het dat mensen dingen doen die eigenlijk niet zo slim zijn? Heeft dat alleen maar met stoer willen zijn te maken denken jullie? Kun je andere redenen bedenken? Hoe kun je zorgen dat je je eigen keuzes maakt ook al doet een deel van een groep iets anders?

Excuses kunnen en durven maken als je een vergissing hebt gemaakt of iets vervelends hebt gedaan.

Alinea 15

  • We hebben energie nodig, thuis en op school. Er zijn twee vormen van energie: grijze en groene. Wat is het verschil?
  • Wat zijn manieren om schone (groene) energie op te wekken?
  • Wat kun je op school doen om minder energie te verbruiken?
  • Liggen er bij jullie op school al zonnepanelen op het dak? Je kunt op de Schooldakkaart zien hoeveel zonnepanelen er op jullie schooldak passen en hoeveel er op liggen. Welke kleur stip heeft jullie school? Vind je dat dat klopt?
 Opdracht:
  • Maak met de kinderen een ‘energiewoordweb’. Vragen die je hierbij kunt stellen: wat is energie? Wat voor soorten energie zijn er? Hoe komt energie uit ons stopcontact? Hoe wordt energie gemaakt? Wat is duurzame energie? Wat is het verschil tussen duurzame en niet-duurzame energie? Welke apparaten gebruiken veel of weinig energie?

Van het geld dat met de eerste actie is opgehaald, heeft de school zonnepanelen op het schooldak geplaatst.

Alinea 16

Geen specifieke suggesties om deze alinea na te bespreken

Samen sterker: nogmaals excuses, deze (kunnen) accepteren en samen vooruit kijken.

Alinea 17

  • Afval is waardevol, zelfs super waardevol. Omdat er nieuwe grondstoffen van kunnen worden gemaakt. Welke producten ken jij waarin gerecyclede materialen zijn verwerkt?
  • Maak een ‘recyclewoordweb’ met de kinderen. Vragen die je hierbij kunt stellen: Kijk eens naar jezelf: wat heb je aan en welke spullen heb je meegenomen naar school? Vast een spijkerbroek, een t-shirt, een jas, een broodtrommel, een flesje om water uit te kunnen drinken, een mobieltje misschien wel. Noem deze spullen.
  • Vraag dan welke waardevolle grondstoffen er in deze spullen zitten
  • Vraag dan op welke manier die waardevolle grondstoffen gerecycled kunnen worden? Bijv. kleding via een kringloopwinkel (is feitelijk hergebruik, niet recycling), ruilen met iemand voor een ander kledingstuk (is ook hergebruik, niet recycling, maar voor deze oefening is het ok), naar de textielcontainer, naar een inzamelpunt voor mobieltjes.
  • Welke van deze spullen kunnen niet gerecycled worden en waarom niet?

Van het opgeruimde zwerfafval worden kunstwerken gemaakt.